Geraakt door vrienden

Geraakt door vrienden is een verhaal uit het derde boek, Grind in mijn Klomp, van Bernard Preston.


Iedereen die al eens iets van mij gelezen heeft, zal weten dat ik uitermate geïnteresseerd ben in iemands manier van lopen. Niet dat daar iets nieuws over valt te vertellen, maar het fascineert me enorm. En ik heb mezelf min of meer de belofte gedaan dat ik ooit een film zal gaan maken over de 101 manieren waarop een patiënt kan lopen. Het is zelfs zo erg dat ik onophoudelijk mensen bekijk in winkelcentra en supermarkten. Ik ben ook in staat om nu en dan een persoon op straat aan te spreken om te vragen waarom hij of zij zich op deze manier beweegt. Meestal krijg ik dan antwoorden in de trant van: "Ik heb gisteren een marathon gelopen, en nu heb ik een blaar onder mijn voeten." Of: "Donder op, ik heb gewoon teveel gedronken!" Natuurlijk, dat mag duidelijk zijn, maar als je weet hoe vaak iemand met Multiple Sclerose beschuldigd wordt van dronkenschap, dan zou je schrikken.




   
Er kon geen vergissing ontstaan over mijnheer van Onzelen's manier van lopen. Zelfs de vriend die ik in de bus heb ontmoet, herkende het. We waren op weg naar huis. Hij heet Hendrik - hij is de mannelijke uitvoering van een werkster, hij poetst - maakt huizen schoon. We zagen beiden hoe mijnheer van Onzelen de bus binnenstrompelde.

Ik stootte Hendrik aan: "Waarom denk je dat hij zo loopt?" fluisterde ik, terwijl het onderwerp van ons staren, buiten gehoorsafstand, zijn maandabonnement aan de buschauffeur liet zien.

"Hij heeft maar één been." zei Hendrik. Omdat Hendrik een tamelijk eenvoudige kameraad is met weinig scholing, moet ik hem regelmatig eraan herinneren om in het Nederlands te praten. Hij heeft nog wel eens de neiging om in het dialect te vervallen, of zoals de Limburgers zelf zeggen - Limburgs plat. Iedere gemeente in Limburg kent zo ongeveer zijn eigen dialect, alles bij elkaar wel zo'n 200, meestal met overeenkomsten, soms met "Hollandse" invloeden, maar voor mijn ongeoefende oor had Hendrik net zo goed Russisch kunnen praten . Het is een huldeblijk, vermoed ik, tot wat één van de meest hechte delen van de wereld is, waar oude mannen bomen planten, wetende dat ze nooit in hun schaduw zullen zitten of van hun fruit zullen eten. Maar tevens wetende dat, ook al valt er wel eens een appel van de boom die wegrolt, het meeste fruit onder de takken valt, klaar voor gebruik in de lekkerste vlaai van de wereld. Ze wisten dat hun kleinkinderen zullen genieten van het fruit van de kersen- en appelbomen die ze geplant hebben. Ik moest gaan opletten: appelvlaai met slagroom begon zijn uitwerking te krijgen op mijn tailleomvang! Oude mannen, kinderen en hun kleinkinderen lijken beschermd te worden door de takken van de bomen die de oude mannen al honderden, misschien wel duizenden jaren planten. Zo ontstaat ook het plaatselijke dialect, elk dorp met zijn eigen accent, woorden en uitdrukkingen. Wat houden de Nederlanders toch van hun uitdrukkingen. Gezegdes als: Hoge bomen vangen veel wind en Ik zit met gebakken peren.

Stones in my clog

Stones in my Clog is Bernard Preston's third book of true short stories from the chiropractic coalface. Geraakt door vrienden was translated into Dutch by an acquaintance; it's not an easy language, even after living there for seven years, speaking the language every day.


Ik dacht voor een moment aan mannen als Vincent van Gogh en Wim Duizenberg (president van de Europese Centrale Bank, die voor de zware taak stond om Frankrijk ervan te overtuigen dat de invoering van de euro een goede zaak was) - grote mannen die veel kritiek ondervonden, maar reuzen blijven in het Nederlandse landschap.





Het is nog niet zo lang geleden dat ik onze bus binnentrad, en er nog maar één zitplaats vrij was: naast mijnheer van Onzelen.

"Hoi-a" begroette ik hem, in het plaatselijke dialect. Hij gaf me een argwanende blik, typisch de manier waarop de Nederlanders een onbekende tegemoet komen, en antwoordde:

"Hoi" en draaide zijn blik van me af. Er was slechts enkel één woord uit mijn mond nodig om te weten dat hij met een buitenlander te maken had. Natuurlijk mijn dwaze wollen gebreide muts, ooit gemaakt door een favoriete patiënt van me, maakte ook meteen duidelijk aan iedereen in de bus dat het hier een vreemdeling betrof. (Maar die muts was bedoeld om mijn oren tegen de bar koude oostenwind te beschermen, en zeker niet bedoeld om op te vallen). Ik ben niet zo gauw van mijn stuk gebracht, zeker omdat ik ondertussen al ervaren heb dat achter dit starre masker, een van de hartelijkste volkeren ter wereld verscholen gaat.

"Werk je in Heerlen?" vroeg ik hem in mijn gebrekkig Nederlands, de zin zorgvuldig formulerend, wetende dat ik in ieder geval de werkwoordsvorm goed had. "Ik zie je iedere dag in de bus." Hij keek op en ik kon zien dat hij probeerde om deze vreemdeling in te schatten. Zou ik deze noot gekraakt krijgen? Meestal ervaar ik dat, als ze merken datje een serieuze poging doet om hun taal te leren, een taal waarvan menigeen zegt dat het een van de drie moeilijkste ter wereld is (samen met Japans en Koreaans), het ijs gebroken is.

"Ja, ik ben leraar in Heerlen," kwam zijn behoedzame antwoord.




"Ik kom uit Zuid Afrika, mijn excuses voor mijn gebrekkig Nederlands," antwoordde ik. Dit zorgde ervoor dat hij enige belangstelling begon te krijgen.

"Oh, en hoe lang ben je al hier?" vroeg hij.

"Nu ongeveer drie maanden".

"Dan spreek je al aardig Nederlands," zei hij. "Doordat er in Zuid Afrika ook een vorm van Nederlands gesproken wordt, heeft dat natuurlijk in jouw voordeel gewerkt."

"Dat zal zeker meespelen, hoewel ik geen Afrikaans spreek. Ik ben een Engels sprekende Zuid Afrikaan."

"Ah, een rooinek," zei hij met een beginnende glimlach op zijn gezicht.

"Ja," ik grijnsde. "Jij hebt vast en zeker enkele Zuid Afrikaanse boeken gelezen."

"Maar natuurlijk," zei hij. "Ik ben leraar Nederlands, en ik hou van veel van jullie schrijvers, ook al zijn er stapelgekke bij," eindigde hij somber.

"Zoals wie?"

"Ik heb iets gelezen van Hendrik Verwoerd's werk, een talent natuurlijk, maar net als Karl Marx leidt hij de wereld - jouw wereld - verder in een donkere doodlopende weg. Ik knikte instemmend. "Maar Deneys Reitz en Jan Smuts en jullie nieuwe Coetzee zijn geweldige schrijvers." Ik was blij dat ik van elk van deze drie iets gelezen had, maar met mijn beperkte woordenschat bleef het moeilijk om een gesprek te voeren. In religie, politiek en literatuur waren eenvoudigweg nog geen gespreksmogelijkheden aanwezig. En in werkelijkheid was ik geïnteresseerd in zijn manier van lopen!

"Heb je Disgrace gelezen?"

Geraakt door vrienden

"Ja, ik heb gehoord dat verkrachting een zeer actueel onderwerp is in Zuid Afrika."

"Ik ben bang van wel. De helft van de vrouwen zijn op zijn minst één keer verkracht, sommigen zelfs meerdere malen."

Geen wonder dat Aids zo'n probleem bij jullie vormt. "Ik knikte. "Wat brengt jou naar Limburg?"

"Ik ben een chiropractor. Daar is een groot tekort aan in Nederland."

"Ah, een kraker," zei hij met een grijns. Eindelijk was het ijs gebroken. Ik knikte weer.

Het duurde enkele weken voor ik weer naast mijnheer van Onzelen kwam te zitten. Hij keek me aan: "Kun jij iets aan een pijnlijke rug doen?"

"Pijnlijke ruggen zijn mijn werk. Ik heb daar dagelijks mee te maken."

"Heb je een visitekaartje voor me?" vroeg hij. Ik reikte naar mijn portefeuille. "Ik ben mijn been kwijt geraakt toen ik negen jaar oud was," vervolgde hij, terwijl hij uit het raam keek. "Landmijn."

Ik wist even niet hoe te reageren, een eenvoudig: "Het spijt me," was het beste wat ik hem kon aanbieden. Zijn verhaal was een tamelijk lange en ingewikkelde kwestie. Oorlogen maken zich daar schuldig aan.

"Waar doet het pijn, mijnheer van Onzelen?" vroeg ik. Hij gebaarde naar zijn onderrug, wijzend naar de allerlaagste wervel net boven het sacrum, of het "heiligbeen", zoals het in Nederland genoemd wordt. Ik heb geen idee waar de naam vandaan komt, moet ik toch eens navragen als uitbreiding van mijn woordenschat en de kost verdienen, niet langer meer mijn belangrijkste dagtaken zijn. Momenteel bestaat ieder moment van de dag eruit om grip te krijgen op een moeilijke taal met zijn afgrijselijke werkwoordsvormen. Het was al heel wat dat ik me herinnerde dat the sacrum "het heiligbeen" genoemd werd.

"Voel je de pijn uitstralen naar je benen?" De vraag was er uit voordat ik kans had het te overdenken. Hij had geen benen! Terwijl hij zijn hoofd schudde betrok zijn gezicht. Hij had nog niet veel gezegd, tot nu toe, met name voor een leraar talen. Ik duwde hem terug in zijn schelp, en ik kon zien dat het niet makkelijk zou worden. "Neem me niet kwalijk, in je goede been natuurlijk, of naar een van je beide billen?"

"Nee, ik heb geen pijn in mijn bil of been. Het zit hier in het smalle deel van mijn rug, en het zit daar al zo lang als ik me kan herinneren."

"Denk na wanneer is de pijn begonnen?" vroeg ik. "Kun je me meer details geven?"

"Ik denk vanaf het moment dat ik zo'n jaar of vijftien was. Ik herinner me dat het pijn begon te doen toen ik nog naar school ging."

Ik was beducht om de volgende vraag te stellen, maar het moest. "Kun je me iets vertellen over de explosie?" vroeg ik vriendelijk.

Hij knikte. "De oorlog was zo'n drie maanden voorbij, en het was in Limburg moeilijk om werk te vinden. Mijn vader kreeg een baan net over de grens met Duitsland en we huurden er een klein huisje bij een boerderij. Hij had gediend bij de Geallieerden, en was net een maand terug , toen hij met ons hele gezin naar Aken ging. Ik was negen." Hij stopte een ogenblik en ik wachtte. "We konden eerder weg uit school, ik weet het nog goed, omdat de stroom uitgevallen was, en het te donker was om te lezen. Mijn moeder kwam ons gewoonlijk uit school halen, maar deze keer nam ik een afkorting door de weilanden." Hij stopte opnieuw. Ik wachtte. Na een poos zei ik: "Kun jij je alles nog duidelijk herinneren? Is het nog steeds levendig aanwezig?" Ik was niet zeker waarom ik zo wreed bezig was; enkel om de feiten te weten te komen, of omdat ik een macabere interesse had in iets zeer kwaadaardigs.

Hij knikte: "Als de dag van gisteren. Er was een afschuwelijk lawaai, ik werd in de lucht gegooid en kwam weer met een enorme dreun op de aarde terug. Op de plaats waar mijn been had gezeten, was nu een bloederige massa. Erg pijnlijk was het niet, maar ik kon me niet bewegen, en ik herinner me dat ik erg bang was. Doodsangst. Nog steeds herinner ik me de doodsangst. Het staat me nog helder voor de geest dat ik me realiseerde, ik ben mijn been kwijt, het is weg."

Gelukkig was zijn vriend ver genoeg weg om niet gewond te raken, en de dorpsbewoners kwamen al aanrennen. Een uitstekende chirurg redde zijn leven, maar zijn been was niet meer te herstellen, precies zoals de maker van de landmijn het had bedoeld, alleen had deze er geen idee van wie zijn slachtoffer zou worden. Een klein jongetje op weg van school naar huis.

Gedurende de weken daarna spraken we over lijden, pijn, en terroristen die landmijnen ontwerpen en maken. Ik was weer eens onder de indruk hoe lijden een stempel kan drukken op iemands leven. Hij was een aardige persoon, die accordeon speelde in een band met vijf andere oudere mannen, die naar bejaardentehuizen gingen om gratis concerten weg te geven. Enkel en alleen omdat ze van muziek hielden en om de bejaarden te ondersteunen. We spraken over literatuur, hij informeerde naar Zuid Afrika en de Boerenoorlog, en alle verschrikkelijke dingen die de mensen elkaar aandoen allemaal gerechtvaardigd in naam van dit of dat. Het laatste wat hij over het onderwerp wilde zeggen was: "Ze zeggen dat het een bom van de Geallieerden was die mijn been eraf rukte, waarschijnlijk gemaakt in Amerika ofschoon niemand daar zeker van was. Geraakt door vrienden! Hij glimlachte om de ironie. Een bom gemaakt door de Geallieerden die het been afrukte van de zoon van een met een onderscheiding bekroonde Geallieerde soldaat, drie maanden na het beëindigen van de oorlog.

"Dat is waar terrorisme over gaat," zei ik. "Een bom maken en plaatsen, zonder te weten wie het slachtoffer zal zijn. Net hetzelfde als het plaatsen van explosieven in een PanAm vlucht of in een autobom in een drukke straat in Jeruzalem."

"Terroristen," zei hij. "Alle landen die nog steeds bommen maken en weigeren om het Anti Landmijn Verdrag te ondertekenen hebben terroristen als president. Zij rechtvaardigen het om de een of andere reden, maar ondertussen maken en ondersteunen ze wapens die doden en verminken zonder onderscheid, nooit wetende wie het slachtoffer zal zijn. Hetzelfde als Al Qaeda die in de Twin Towers vlogen. Terroristen."

Ik had hier niets aan toe te voegen, en was verdrietig om later via Internet te ontdekken dat de Verenigde Staten daadwerkelijk nooit het Landmijn Verdrag hadden ondertekend.

Het onderzoek openbaarde niets speciaals. Vage lage rugpijn, normale totale beweeglijkheid, ofschoon er enkele blokkades (ontwrichtingen) waren die ik kon voelen. Het bezig zijn met een handmatig onderzoek van een man met maar één been was op zich al een hele ervaring voor mij. Zijn goede been optillen, zodat zijn stompje het hele gewicht zou dragen, was ongemakkelijk. Ik moest dus mijn toevlucht nemen tot verschillende vormen van betasting. Ik koos voor een zittende methode, die redelijk goed werkte, ofschoon het niet mijn favoriet was. Het blijft altijd een uitdaging om je techniek te moeten aanpassen aan de individuele patiënt. Gelukkig waren er geen neurologische complicaties. De röntgenfoto's van mijnheer van Onzelen's rug waren ook interessant om te zien. Eén kant van zijn heupen was ongeveer een derde smaller dan de andere, en de andere was redelijk normaal, gezien de omstandigheden. Er waren enorme uitsteeksels in de lendenwervels, meestal ten teken van degeneratie, alhoewel niet in zijn geval. De schijfruimtes waren normaal en de papegaai-osteofyten hadden zich enkel ontwikkeld om de wervelkolom te stabiliseren voor zijn vreselijke waggelgang. Er was enige slijtage in de lagere facet gewrichten alhoewel veel minder dan verwacht.

Feitelijk was zijn manier van lopen niet langer meer vreselijk, al was dat jarenlang wel zo geweest. Hij beschreef hoe, voor het grootste gedeelte van zijn leven, de beenprothese op zijn plaats gehouden werd met een band die over zijn tegenovergestelde schouder liep. Om te kunnen lopen, moest hij zijn rechterschouder naar beneden laten hellen, zijn linkerkant van zijn lichaam optillen en dan een zwaai maken met zijn kreupele 6-been zogauw als deze van de vloer loskwam. Dit alles gaf hem zijn met afschuw vervullende waggelgang. Sinds vijf jaar had hij een nieuwe prothese die veel beter was.


Het boek, Grint in mijn Clomp, is helaas tot heiden alleen in het Engels beschikbaar; enkele hoofstukken zijn in het Nederlands vertaald.


De behandeling bleek moeilijk te zijn en hij reageerde niet zo voorspoedig. Na een maand was er weinig vooruitgang en ik begon te wanhopen. Ik was gewend dat de meeste ruggen vrij snel reageerden. Maar ja, weinig mensen hadden 50 jaar pijn en afwijkend loopgedrag gehad, herinnerde hij me. Hij had meer vertrouwen in chiropractie dan ik, zo leek het. Tevens moest ik nieuwe en verschillende technieken ontwikkelen. De zijligging manipulatie, waar chiropractoren beroemd om zijn, bleek onhandig. Liggend op zijn prothese bleek moeilijk voor hem, liggend op zijn goede been bleek moeilijk voor mij. De eerste keer dat ik dit probeerde, het leggen van gewicht op het been om de sacro-iliac joint te draaien, hoorde ik een luide wind, echter zonder iets te ruiken. Ik was eraan gewend dat dit kon gebeuren en zei niets, maar hij gaf me een schorre lach: "Je hebt het vacuüm van mijn stompje verbroken," en inderdaad het been lag los in mijn hand. Ik keek vol verwondering hoe hij zijn stompje beet pakte, een blauwe plastieken zak erover legde, de prothese vast duwde, en dan erin slaagde om de zak uit een klein gat halfweg zijn dij te trekken. Hij verzegelde het gat met een klein ventiel en gaf me een glimlach. "Degene die dit ontworpen heeft verdient een lintje - het is de eenvoud zelve en heeft mijn leven totaal veranderd." Inderdaad, een riempje was niet meer nodig, geen waggelgang meer, maar toch nog voldoende voor mijn vriend Hendrik, de poetser, om de afwijking te herkennen. Intussen werd de wachtlijst van patiënten langer en de secretaresses begonnen zich zorgen te maken.

Op een zekere dag verkondigde mijnheer van Onzelen: "Houd je van jazz? We spelen vanavond in de Long John Jazz Bar."

Even vertrok mijn gezicht, alleen was ik me daar niet bewust van. "Je hoeft niet te komen, ik dacht alleen maar dat je misschien geïnteresseerd zou zijn," zei hij defensief. "Oh, maar zeker kom ik," zei ik. "Ik heb er alleen wat moeite mee hoe Engelse woorden in de Nederlandse taal binnengeslopen zijn. Waar is de Long John Bar?"

De kliniek sloot zaterdags eerder en, nadat ik via een oude watermolen waar ik vers gemalen meel kocht, naar huis ging, maakten Helen en ik ons klaar voor een avondje uit in de stad. Ze droeg die avond het vest dat we gekocht hadden op een congres in het schitterende Kopenhagen. Een fantastisch rood wollen vest waar een gouddraad doorheen geweven zat. Ikzelf droeg een gilet gemaakt van ongebruikte stropdassen die ik van Helen's broer had gekregen. We namen de bus richting stad en wandelden door de oude binnenstad, passeerden het Thermenmuseum met daarin de baden die de oude Romeinse stad Coriovallum beroemd hadden gemaakt, en wij gingen zitten in een hoek van Long John's Jazz Bar. Mijnheer van Onzelen's sextet speelde reeds de bekende oude Mississippi Blues, en ik herkende: "Who 's that coming down the street?" en het duurde niet lang of de hele bar hoste en klapte en zong mee: "Yes, sir, she 's my baby... ." Ze speelden nog ongeveer een halfuur verder en Helen en ik namen onze eerste drankjes. Zij dronk een glas droge Franse wijn waar ze haar neus voor ophaalde. (Ik moest toegeven dat Zuid Afrikaanse wijnen zeker zo goed zijn, vaak beter dan de Franse, zeker diegene de wij ons konden permitteren). Ik was na verschillende pogingen verslingerd geraakt aan het, van oorsprong uit Amsterdam afkomstige, Amstel bier. Vreemd eigenlijk, dat ik dit merk bier in Zuid Afrika niet lekker vond, terwijl het hier, volgens oude traditie gebrouwen, wel smaakte. De meeste plaatselijke Limburgse bieren waren een beetje te zoet naar mijn smaak. Natuurlijk had ik de mogelijkheid om letterlijk tientallen soorten te proeven dankzij de Duitse en Belgische grens op enkele kilometers afstand. Een ander ding dat me irriteerde was dat ik moest overstappen op flessen bier. De plaatselijke drank werd namelijk verkocht in kleine glazen - kleintje pils- waarvan een derde uit schuim bestond, en mijn gulzige slokdarm had die hoeveelheid binnen een enkele teug verzwolgen. Ik moest er maar aan wennen: of je past je aan of je drinkt uit een fles. Mijn kennis van jazz is pover, maar we genoten van het ritme en ik hield in het bijzonder van de trombonespeler. Zijn instrumentbeheersing was fantastisch, de toonhoogte en het volume perfect. Menige trombonespeler overstemt al gauw de anderen. Mijnheer van Onzelen had een verrassend zuivere tenor stem, en als bandleider, hield hij op een wonderbaarlijke wijze het ritme in de gaten op zijn accordeon. Nadat de sessie over was, strompelde hij in onze richting. Ik stelde hem aan Helen voor en terwijl hij plaats nam begon zijn vriendelijke gebabbel. Hij feliciteerde Helen, verrast, met haar Nederlands en bestelde een Brands bier. Hij haalde zijn neus op toen hij zag dat ik bier "van boven de grote rivieren" aan het drinken was, maar ik legde hem uit dat ik het plaatselijke bier te zoet vond voor mijn smaak. Hij knikte. "Tussen twee haakjes, sinds jij afgelopen week mijn rug behandeld hebt, en de prothese los kwam" - hij gaf me een brede lach - "gaat het een stuk beter". Ik wil nu weten of jij mijn vrouw ook kunt helpen, laat me je aan haar voorstellen." Hij liep weg en haalde een kleine broze oude dame, die op zijn minst tien jaar ouder leek dan hem, en die er niets voor voelde om haar plaats te verlaten. Ik seinde naar Helen en we verplaatsten ons naar de plek waar ze zat. Gelukkig waren er twee lege stoelen. Ze sprak nauwelijks Nederlands, en we vonden haar Limburgse dialect erg moeilijk; in ieder geval ze was duidelijk niet op haar gemak, zowel door haar rug - ze wiebelde constant van de ene bil op de andere - als door onze aanwezigheid. Nadat we onszelf geïntroduceerd hadden, en uit beleefdheid enkele minuten bleven, vertrokken we richting eetgedeelte, en hij ging terug naar de band die opnieuw begon met spelen. De bassist speelde in zijn eentje een ritme, duidelijk tot zijn genoegen. Dit deed hij voor zijn lol.

Uit het verslag valt op te lezen; mijnheer van Onzelen werd voor 90 % beter en kwam eens per maand voor een behandeling, mevrouw van Onzelen, toen ze uiteindelijk kwam, bleek hopeloos. Ze was het laatste jaar 16 kilo afgevallen, en had geweigerd om iemand te consulteren, en mijn ergste vermoedens werden bewaarheid toen ik eenmaal een blik op haar röntgenfoto's had geworpen. De binnenkant van haar dijbeen (of cortex, zoals we dat in radiologie zeggen) was weggevreten, en er was een groot "gat" in het midden van het grote been in het bekken dat het ilium of darmbeen genoemd wordt. Dit was heel ernstig. Ik controleerde alles door de volgende dag nieuwe röntgenfoto's te maken, en het grote "gemene" was nog steeds aanwezig. Er zou nog meer lijden op mijnheer van Onzelen 's weg komen, alsof hij nog niet genoeg meegemaakt had. Het is niet eerlijk verdeeld in de wereld.




Bernard Preston

Bernard is a semi retired chiropractor with a passion for people, given a deep love and respect for water after his seven years living and working in the polders. Friendly Fire arose out of one his first encounters in Limburg; it's been translated, and entitled Geraakt door Vrienden.

During a memorable cycling holiday through Zeeland he was astounded that all the old homes had an underground reservoir for the collection of rainwater.

South Africa is a country with chronic water shortages; when he returned to the land of his birth, Bernard Preston built just such a reservoir; below ground means the water remains ice cold.

A rainwater harvesting model need not be highly complex; the structure needs to be strong though obviously, and he fibreglassed the structure to prevent leaks.

» » Geraakt door vrienden


Did you find this page interesting? How about forwarding it to a friend, or book and food junkie. Or, better still, Face Book or Twitter it. 


What's this site about?

Bernard Preston books

A family affair by Bernard Preston

Consulting a chiropractor

Femoral nerve AP Xray

Bernie's healthy choice foods

Cooking green beans Bernard Preston passion

Bernie's bread

Bread machine loaf by Bernard Preston

Bernie's garden

green beans and granadillas Bernard Preston

Bernie's bees

Bees workforce in Bernard Preston's garden

Bernie's solar

Residential solar panels at Bernard Preston's home

Bernie's glider

View from Bernard Preston's glider